Een internet-sp(r)ookje...

Er was eens een liefhebber van klassieke muziek. Op een dag besloot hij van zijn passie een beroep te maken. Precies in het midden van het platte land waar hij woonde, opende hij een klassieke cd-speciaalzaak. Het was nog in een tijd dat veel liefhebbers van klassieke muziek hun langspeelplaten verruilden voor cd’s. En klassieke cd’s werden toen nog uitsluitend verkocht in cd-winkels.
U zult begrijpen, dat het af en toe behoorlijk druk was in zijn winkeltje.

Niet iedereen voelde zich thuis in het gezelschap van de liefhebber. Sommigen vonden hem maar eigenwijs. Hij prees klassieke cd's aan waar recensenten niet over schreven en roemde uitgaven van kleine producenten! Musici die nog nooit in het Concertgebouw hadden opgetreden plaatste hij op een voetstuk. En hij was nergens lid van. Zelfs niet van het gilde waar al zijn vakbroeders in waren verenigd.

Op een gegeven dag kwam hij met een eigen website. Nu was hij in staat zijn bijzondere waar aan te prijzen in alle uithoeken van het platte land en hij kon er zijn verhalen op kwijt. Met het verstrijken van de jaren werd de website steeds belangrijker voor zijn nering. Liefhebbers uit alle werelddelen bestelden cd’s bij de liefhebber.

Hem kwam ter ore, dat een winkelier in de grote stad klassieke cd’s roemde, die op zijn website stonden aanbevolen. Aanvankelijk voelde hij zich gestreeld. Toen ging die winkelier van start met een eigen website. Hij prees er waar op aan die ook te vinden was op de website van de liefhebber. Bovendien nam de winkelier verhaaltjes over van de liefhebber en plaatste die, weliswaar in slecht Nederlands herschreven, op zijn eigen website.

Het gebeurde dat de liefhebber een cd in handen kreeg waar geen andere cd-handelaar op dat moment over kon beschikken. Blij verrast deed hij kond van de nieuwe aanwinst op de nieuwspagina van zijn site. Amper een dag later beval ook de steedse winkelier de cd als een ‘hartverwarmende disc’ aan, terwijl hij die toen nog niet in huis kon hebben. Het afgebeelde cd-boekje was rechtstreeks genomen van de website van de liefhebber.
Voor hem was dit de spreekwoordelijke druppel.
Hij zon op wraak.
De bedrieger moest gefopt worden.

Op de nieuwspagina van zijn website plaatste hij een bericht over een cd met werken van de niet bestaande componist Mazzorini Campartatio:

‘Kon ik vorige week melding maken van een nieuwe cd van de countertenor Philippe Jaroussky, amper een paar dagen later valt er een nieuwe verrassing in de brievenbus. Uit Frankrijk komt een cd met werken van de volstrekt vergeten Italiaanse componist Mazzorini Campartatio (1686-1753). Tijdens zijn werkzame leven stond Campartatio in hoog aanzien. Hij onderhield nauwe contacten met tijdgenoten als Jommelli, Haendel en Scarlatti. Van 1723 tot 1748 was hij werkzaam als kapelmeester (kerkmuziek) aan het hof van Mantua.
De beroemde Engelse musicoloog Charles Burney (1726-1814), die Campartatio in Mantua bezocht, omschreef de componist als de 18e eeuwse reïncarnatie van Claudio Monteverdi.
Van Campartatio is nu vastgelegd een zestal motetten voor de Paastijd. Het betreft een registratie van een concert dat vorig jaar plaats vond in de Italiaanse stad Bologna, de stad waar Campartatio 250 jaar geleden overleed. Wat een geweldige muziek! Wat een schitterende uitvoering! Maar hoe kan het ook anders als u bedenkt dat naast Philippe Jaroussky de kar wordt getrokken door Gérard Lesne en de tenor Marco Beasley. Het door Blague Froidacier geleide ensemble La Copiage zorgt voor een rijke begeleiding. Tel daar nog bij op de exemplarische opnametechniek en u begrijpt dat dit dé Paas-cd van 2004 wordt!’

De liefhebber had zijn verhaaltje opgesierd met een zelf ontworpen cd-hoesje en vroeg zich af of er toegehapt zou worden. Zijn geduld werd niet lang op de proef gesteld. Nog dezelfde dag prees de winkelier uit de grote stad de cd met werken van Mazzorini Campartatio van harte aan:




Onbedaarlijk moest de liefhebber lachen toen hij de aanprijzing van de winkelier uit de grote stad las. Hij vond het ook wel een beetje dom van hem. Had de naam van het uitvoerende ensemble ‘La Copiage’ al geen belletjes doen rinkelen, dan had toch zeker de dirigent Blague Froidacier* roet in het eten moeten gooien.
Zoals al opgemerkt, een beetje dom van de winkelier uit de grote stad. Én een wijze raad voor u. Geloof niet alles wat u leest op het internet. Behalve dan de informatie die u gewoonlijk aantreft op de website van de liefhebber.

Kees Koudstaal
17 februari 2004

©prelude2004

*= verbasterd Frans voor 'Grap Koudstaal'


Vervolg 1
In de rubriek DaginDaguit schonk de Volkskrant op 18 februari 2004 aandacht aan de componist Mazzorini Campartatio. In het artikel komt ook de winkelier uit de grote stad aan het woord. Hij verklaart onder andere: " Koudstaal klaagde zelf bij ons dat het zo moeilijk is aan informatie te komen, en vroeg of hij van ons materiaal mocht gebruiken op zijn site. Hij zit hier ver vandaan, dus dat vonden wij goed. En mijn platenman dacht dat die afspraak wederzijds was."

De liefhebber stuurde het volgende berichtje naar de Volkskrant:

'Geachte heer Bogaerts,

Vanochtend uw DaginDaguit-bijdrage gelezen. Iets moet me van het hart. De heer Snijders verhaalt over toestemming die hij aan mij zou hebben verleend om materiaal van zijn website te gebruiken. Dat is een volsagen onzinverhaal. Ik heb ook nooit een fragment van zijn website genomen. Die meneer Snijders kletst dus maar wat. Toen ik hem gistermiddag belde om uitleg te geven over mijn actie, sprak hij daar wijselijk ook niet over met mij. Morgen is een nieuwe dag. Dat u nog enige aandacht zult schenken aan het 'affairetje' in de kolommen van uw krant, verwacht ik niet. Maar ik wil u laten weten, dat ik het erg slordig vind dat u bij mij geen hoor en wederhoor heeft toegepast.

Met vriendelijke groet,

Kees Koudstaal'








Vervolg 2
Ook het NCRV radioprogramma A4 besteedde op 18 februari 2004 aandacht aan de zaak 'Froidacier'.
Op de nieuwspagina van de A4-site plaatste men het volgende bericht:

'In de val van Koudstaal

De Rotterdamse cd-winkel Snijders nam regelmatig informatie van de website van de Baarnse muziekhandelaar Kees Koudstaal over en gebruikte die voor eigen doeleinden. Omdat Koudstaal ook informatie van Snijders overnam ging de laatste er van uit dat er een (weliswaar onuitgesproken) wederzijdse afspraak was. Maar dat was blijkbaar niet het geval. Koudstaal voelde zich geplagieerd en Koudstaal zon op wraak.
Op zijn website zette hij het bericht dat de fantastische cd met Paasmotetten van de totaal onbekende en herontdekte componist Mazzorini Campartatio op 17 maart weer leverbaar zou zijn, natuurlijk gevolgd door een ronkende recensie van de opname. Als Snijders iets beter had opgelet had hij kunnen weten dat het bericht nep was.
Want de zogenaamde Paasmotetten zouden worden gedirigeerd door de Franse dirigent Blague Froidacier. En Froidacier is nepFrans voor Koudstaal en Blague betekent grap. Maar Snijders nam het bericht klakkeloos over, waarop Koudstaal onmiddellijk naar de krant stapte om zijn collega voor schut te zetten. Blague betekent trouwens behalve grap ook: tabakszak, gezwets en opschepperij.'

Een sterk staaltje journalistiek van de A4-redactie. Feitelijk onjuist is de opmerking dat de liefhebber op zijn website berichtte 'dat de fantastische cd met Paasmotetten van de totaal onbekende en herontdekte componist Mazzorini Campartatio op 17 maart weer leverbaar zou zijn', dat deed immers de winkelier.
En dan de 'onuitgesproken wederzijdse afspraak' die zou bestaan tussen de winkelier en de liefhebber. In de uitzending later die dag nog eens aangehaald door A4-presentator Joël Baterburg: '[...] Men neme bijvoorbeeld een Rotterdamse cd-winkel, die heet Snijders. De baas van die toko leent, gebruikt regelmatig informatie van de website van zijn Baarnse concurrent, zijn collega Koudstaal. Twee namen dus, Snijders en Koudstaal, even onthouden. Die Koudstaal doet omgekeerd hetzelfde. Snijders in Rotterdam die gaat er gemakshalve van uit van 'nou ja, zo werken we dus lekker samen'...
Koudstaal die informatie van de Snijders-website heeft overgenomen? Het moet toch niet gekker worden. De liefhebber gaat er juist prat op eigenwijs te zijn en zich door niemand te laten voorzeggen wat mooi is of niet. Daar gebruikt de liefhebber zijn eigen oren voor. Bezoekt u de website eens van de steedse winkelier en oordeelt u zelf. En voor A4 het advies: nog maar een keertje het bovenstaande verhaaltje lezen.



En zo liep het verhaaltje (bijna) af
Aan het eind van de enerverende dag viel er een briefje in de electronische brievenbus van de liefhebber. De winkelier uit de grote stad liet weten, dat hij de eigenwijze onafhankelijke opstelling van de liefhebber prees. Hij dacht dat het wel in orde was zo af en toe wat van de liefhebber aan te wenden voor eigen gebruik. Hij zegde toe dat nooit meer te zullen doen: 'Rest mij nogmaals u mijn excuses te maken en u alle succes en goeds te wensen met uw site en uw winkel.'
Toen de liefhebber die avond in zijn bed lag, moest hij nog even denken aan het knullige journalistieke gehalte van de A4 berichtgeving over wat was gaan heten 'De zaak Froidacier'. Hem schoot het verhaaltje te binnen dat hij eerder op zijn website plaatste over de in Hilversum ontdekte 'Spaanse koloniale muziek'.
De liefhebber kon een glimlach niet onderdrukken en viel tevreden in slaap...


Klacht naar Raad voor de Journalistiek
Op maandag, 23 februari 2004, is door Prelude een klacht gezonden naar de Raad voor de Journalistiek. Aangeklaagde partijen zijn de Volkskrant en NCRV's A4. Door hun berichtgevingen over wat is gaan heten 'De zaak Froidacier' (zie hieronder) én het niet toepassen van het journalistieke gebruik 'Hoor en wederhoor' is door die media het beeld opgeroepen, dat Prelude er doelbewust op uit is geweest een collega-winkelier in een kwaad daglicht te stellen. Door hun persuitingen zijn schuldvraag en schuldantwoord omgedraaid, waardoor ik mij als verantwoordelijke voor het aan de kaak stellen van het plagiaat in ernstige mate gedupeerd voel.
De Raad voor de Journalistiek heeft de klacht inmiddels ontvankelijk verklaard en een behandeling ingeroosterd voor de zitting van 22 april 2004. Indien u geïnteresseerd bent in de procedure die met het klaagschrift in gang is gezet, kunt u de website van de Raad voor de Journalistiek bezoeken.

Kees Koudstaal,

eigenaar Prelude klassieke muziek.


Volkskrant rectificeert in zaak 'Froidacier'

Naar aanleiding van een door Prelude bij de Raad voor de Journalistiek ingediende klacht (zie verderop deze pagina) heeft de Volkskrant contact gezocht met Prelude. In overleg is in de Volkskrant van woensdag 3 maart 2004 de volgende rectificatie geplaatst:



Prelude heeft naar aanleiding van deze rechtzetting de bij de Raad voor de Journalistiek tegen de Volkskrant ingediende klacht ingetrokken.

Toen kwam ook nog NCRV's A4

Ook de NCRV zocht contact met Prelude. Wat een bij de Raad voor de Journalistiek ingediende klacht al niet teweeg kan brengen. De woordvoerder van de NCRV kwam met het voorstel in het radioprogramma A4 aandacht te schenken aan de in de Volkskrant opgenomen rectificatie. En zo kwam het dat presentator Joël Batenburg in de A4-uitzending van 3 maart knarsetandend de tekst voorlas welke eerder die dag te vinden was in de Volkskrant. (Rectificatie in A4 uitzending d.d. 3 maart 2004: iTunes - QuickTime)
Op de website van A4 is dat bericht onder het hoofdje 'rectificatie' in de nieuwsrubriek geplaatst. Ondanks het feit dat A4 slechts volstond met het melden van het 'abuis' van de Volkskrant, en zo haar eigen feilen volledig op het bordje van die krant deponeerde, trekt Prelude ook de bij de Raad voor de Journalistiek ingediende klacht tegen NCRV's A4 in.


Humor niet verloren...

De zaak 'Froidacier' heeft er gelukkig niet toe geleid dat men in Rotterdam het gevoel voor humor heeft verloren. Leest u onderstaand berichtje er maar eens op na. De liefhebber plukte het zonder toestemming van de website van de Rotterdamse cd-handelaar. Eigenlijk is het overbodig te vermelden dat het hier de beheerder van de Rotterdamse website is die zijn eigen naam heeft 'verfranst'.




Leestrommel

Startpagina






http://www.prelude-klassiekemuziek.nl