Analoog versus digitaal

Liefhebbers van de analoge geluidsdrager kom je steeds vaker tegen. Je hoort ze zeggen dat de grammofoonplaat veel mooier klinkt dan de compact disc. Vooral warmer ook. Logisch, want er valt veel meer te horen via een grammofoonplaat, zei laatst zo’n vinyl-adept tegen me. In mijn gedachten keerde ik terug naar de introductie van compact disc. Op televisie zag ik Willem Duys begin jaren tachtig van de vorige eeuw het zilveren schijfje demonstreren en ik wist gelijk dat ik zo’n cd-speler wilde hebben. Eindelijk verlost van wow en flutter en plotseling opspelende spetters en tikken! Het moet begin 1984 zijn geweest dat ik mijn eerste cd-speler, een Philips CD100, aanschafte. Aangesloten op een Sansui-versterker luisterde ik via mijn set Wharfedale-luidsprekers naar het meegeleverde demonstratie cd-tje. Wat een geluid! Ik was verkocht en begon met het opbouwen van een cd-collectie.

Ook toen waren er liefhebbers die minder enthousiast waren dan ik over de nieuwerwetse geluidsdrager. Een goede kennis van mij met wie ik graag muziekervaringen deelde was er zo een. Op een avond kwam hij triomfantelijk met zijn nieuwste aanwinst aanzetten. Tegen het op lp vastgelegde Requiem van Mozart uitgevoerd door The Academy of Ancient Music o.l.v. Christopher Hogwood met een in die jaren fantastisch solistenkwartet (Emma Kirkby, sopraan, Carolyn Watkinson, alt, Anthony Rolfe-Johnson, tenor, en David Thomas, bas) kon dat koude digitale gedoe niet op! Laat ik nou net een week eerder dezelfde versie van het Requiem op een door L’Oiseau-Lyre uitgebrachte cd aan mijn collectie hebben toegevoegd, waarin ik niets herkende van zijn kritiek. We namen de proef op de som. Zijn grammofoonplaat op de draaitafel, de compact disc in de CD100 en beide geluidsdragers gelijktijdig gestart. Via de schakelaar op de versterker kon eenvoudig geschakeld worden van het analoge naar het digitale geluid en weer terug. We waren er beiden snel uit: de op de compact disc vastgelegde versie kwam als winnaar uit de bus. Een paar weken later meldde mijn luisterkompaan dat hij er ook een had, een nieuwere versie van Philips’ eerste model.

Eind jaren tachtig nam ik een rigoureus besluit. Met een paar honderd cd’s in de kast kwam ik niet meer toe aan het draaien van grammofoonplaten. Mijn Luxman platenspeler koppelde ik af en die verdween in een doos om daar dertig jaar in opgesloten te blijven. Eerst met het verbouwen van mijn zolder kreeg ik de speler weer in het vizier. Aangesloten op mijn buizenversterker – hoe analoog kun je het hebben – bleek de tafel niet meer te draaien. Binnen de kortste keren was de klacht door een technicus verholpen en voorzien van een nieuwe naald plus betere bekabeling draaide de speler weer als vanouds. Uit een andere oude doos had ik ondertussen een aantal nog in prima staat verkerende grammofoonplaten opgedoken. Zo kon ik na misschien wel meer dan veertig jaar opnieuw luisteren naar een door Teldec uitgeven plaat met werken van Georg Philipp Telemann uitgevoerd door Frans Brüggen, blokfluit, Franz Vester, traverso, Gustav Leonhardt, klavecimbel, en het Amsterdams Kamerorkest o.l.v. André Rieu, inderdaad, de vader van. Ik weet dat ik de kans loop orthodoxe vinylliefhebbers op de ziel te trappen als ik laat weten dat het luisteren naar deze oude koek mij niet over de streep heeft getrokken. Niet alleen is er in de historische uitvoeringspraktijk in de afgelopen decennia een aantal forse stappen vooruit gezet, ook de geluidskwaliteit leverde mij geen positieve nostalgische gevoelens op. De volgende proef op som werd geleverd door een Impromptu van Franz Schubert uitgevoerd door Alfred Brendel. Toegegeven, de Philips-lp presteerde beter dan die van Teldec, maar opgeschrokken door een paar fikse geluidsspetters was het voor mij snel gedaan met de lol.

In de wetenschap dat er vinylliefhebbers zijn die duizenden euro’s investeren in draaitafels, armen, elementen, wasbakken en van koolharen en statische ontladers voorziene borstels en zo intens genieten van hun minimaal 180 grams audiofiel vinyl houd ik mij vast aan het luisterplezier die de kwalitatief hoogwaardiger compact disc mij pleegt te bieden…