Hou ermee op!

In april 2009 plaatste dagblad Trouw mijn bijdrage ‘De Nijntje Passion is in aantocht‘. Daarin uitte ik kritiek op de debilisering van Johann Sebastian Bachs meesterwerk de Matthäus-Passion. Het duurde iets langer dan toen door mij voorspeld, maar met de ingekrompen versie van Bachs meesterwerk in de serie Pieces of Tomorrow op 30 maart in het Utrechtse TivoliVredenburg komen we aardig in de buurt van de vervulling van mijn profetie. Met een biertje in de hand en een hip feestje na afloop schotelt de Nederlandse Bachvereniging een tot een uurtje ingekorte Matthäus voor in de Utrechtse muziektempel.

Klik op de afbeelding om te vergroten

De bedenker van de avond, Tivoli-programmeur Peter Tra, zegt in de Volkskrant: “Het doet mij ook pijn zo’n dierbaar stuk te moeten versnijden. Bij andere werken zou ik helemaal losgaan, maar voor Bach heb ik veel meer respect.” Ik geloof er geen barst van. Het is louter zucht naar publiek die maakt dat ook een meesterwerk als de Matthäus-Passion niet aan de slopershamer ontkomt. Dat de Nederlandse Bachvereniging aan deze vernietiging meewerkt maakt het er voor mij niet vrolijker op. In een poging het grijze beeld in de concertzalen te keren worden door musici, programmamakers en concertorganisatoren allerlei initiatieven ontwikkeld om meer jongeren te trekken. Zo lees ik in de Volkskrant van maandag 27 maart over het muziekfestijn Klassifest in het Amsterdamse Paradiso. In de stijl van die poptempel is daar klassieke muziek gebracht zonder stoelen maar mét bier en hoesten. Tjongejonge…
Televisiemaker Tijl Beckand poogt sinds kort op volle toeren artiesten uit de pop- en klassieke muziekwereld bij elkaar te brengen. Onder het motto je moet weten waar je het over hebt bekeek ik de eerste aflevering van zijn reeks. Met kromme tenen zag ik een volkszanger zich vergrijpen aan een populaire aria van Verdi. Niet minder ergerlijk was de poging van een klassiek geschoolde zangeres een smartlap van de volkszanger voor het voetlicht te brengen.

Klik om te vergroten

Als liefhebber van klassieke muziek en concertorganisator verzet ik mij tegen deze pogingen nieuw publiek voor de concertzalen te werven. Klassieke muziek is nu eenmaal vooral in trek bij een klein vergrijzend publiek. So what? Vorige week organiseerde ik een concert met het Italiaanse ensemble laReverdie dat Italiaanse en Franse muziek bracht uit de late middeleeuwen. De honderdvijfentwintig niet uitsluitend grijze toehoorders lieten zich de niet altijd gemakkelijke muziek ademloos en zonder één kuchje welgevallen. Zo kan het dus ook, maar aan dit soort evenementen buiten de regio Randstad wordt in de media (krant, radio en televisie) vrijwel geen aandacht geschonken. Het recensentendom richt het vizier liever op het populisme in de muziek en het liefst dichtbij huis. Ik troost me deze dagen met de e-mail die ik ontving van een enthousiasme bezoeker van het laReverdie-concert: ‘Graag wil ik je laten weten dat ik erg genoten heb van het concert, afgelopen zaterdag, van La Reverdie. Wat een topmusici en hoe mooi is het dat deze dames met zoveel passie deze oeroude muziek liefdevol ten gehore willen brengen, wetende dat er slechts een klein publiek voor is. En toch: Je had volkomen gelijk: de kerk had bomvol moeten zitten. Zo goed; zo professioneel! Ik ben met een verstild en blij gevoel weer naar Eindhoven gereden. Dankbaar dat ik dit heb mogen meemaken.’

Ik wens u goede paasdagen toe.

Vervolg 8 april 2017

In de VK van 8 april bestempelt een liefhebber uit Scheveningen mij als elitair. Ik gebruikte in mijn brief (VK, 1 april 2017) die aanduiding in de betekenis van ‘niet bedoeld voor iedereen’. Dat houd ik staande. Dat iemand via Emerson, Lake & Palmer aan de klassieke muziek geraakt is mooi, maar dat betekent niet dat vervolgens klassieke muziek moet worden gebracht in een pop-entourage om het aantrekkelijk te maken voor liefhebbers van dat genre. Komt nog bij dat componisten in vroeger tijden hun muziek niet voor het gewone volk schreven maar voor een zekere elite. Het staat vast dat zonder die elite componisten als Monteverdi, Bach, Mozart en Schubert nooit hun werk hadden kunnen doen. In die zin beschouw ik de kwalificatie ‘elitair’ dan ook als een compliment.