Paganini, ik blijf ‘m toch aanbevelen…

Het komt voor dat aanraders van Prelude niet de aftrek krijgen die zij verdienen. In elk geval niet via mijn webwinkel. Verlost van winkellasten, en derhalve niet meer afhankelijk van zekere omzetcijfers, hoef ik mij daar in zakelijk opzicht minder zorgen over te maken dan voorheen. Sterker nog, ik voel mij steeds meer thuis in de rol van vrijwel onbezoldigd muziekadviseur. Investeren doe ik tegenwoordig dan ook vooral in tijd. Dagelijks beluister en beoordeel ik nieuw uitgebrachte en nog uit te brengen cd’s en dat is, gelooft u mij, in veel gevallen bepaald geen straf. Producties die mijns inziens als aanrader in aanmerking komen voor een vermelding op mijn website annonceer ik daar niet zelden met een gevoel van kinderlijk enthousiasme.


Vanzelfsprekend kan niet op alle aanbevolen muziek het cijfer ’10’ worden geplakt. Echter, in de periferie van grootmeesters als Monteverdi, Bach, Haydn en Schubert waren componisten actief die weliswaar vandaag de dag niet meer de status ‘geniaal’ krijgen opgeplakt, maar wat ben ik blij met musici die mij middels het medium cd weten te verblijden met muziek uit hun koker!

Maar zelfs cd’s met muziek van ‘wereldberoemde’ componisten hebben niet zelden van doen met een gebrek aan aftrek. Neem de Glossa-uitgave met een zestal sonates voor viool en gitaar van grootmeester Niccolò Paganini. Ze worden meesterlijk uitgevoerd door ook niet de minste violist Fabio Biondi en gitarist Giangiacomo Pinardi. Van Paganini heb ik in de bijna dertig jaar Prelude weinig aanraders kunnen slijten. Ik vind dat verbazend, maar het heeft misschien van doen met het feit dat veel connaisseurs zijn werk meer geschikt achten voor liefhebbers armer van geest. Dat weerhoudt mij er niet van de spotlight te richten op de nieuwste cd van violist Fabio Biondi, want die voldoet wat mij betreft aan alle eisen waar een kwalitatief hoogwaardige cd aan moet voldoen: fantastische muziek, fraai vertolkt en dito vastgelegd door de technici van producent Glossa.

Niccolò Paganini

De in 1782 geboren Paganini beschikte over een duivelse viooltechniek. Voor een belangrijk deel kreeg hij die er letterlijk ingeslagen door zijn vader, die als arbeider werkte in de haven van Genua. Hij dwong zoonlief met harde hand dagelijks minstens twaalf uur viool en gitaar te spelen. Wellicht ook vanwege de tirannieke dwang van zijn vader ontwikkelde Paganini zich tot een uitzonderlijk virtuoos violist en gitarist met rare trekken. Het verhaal gaat dat hij ’s nachts op kerkhoven voor de doden speelde en dat hij niet toestond dat anderen zijn repetities bijwoonden, bang als hij was dat collega musici door hem bedachte technieken zouden afkijken. Zijn ongeëvenaarde technische raffinement en de wijze waarop hij die dikwijls met een wit geschminkt gelaat voor het voetlicht bracht bezorgden hem zijn legendarische faam. Hij verrijkte de techniek van het vioolspel met effecten die tot dan toe ongekend waren. Zo introduceerde hij vrijwel onmogelijke (dubbel-)grepen, verraste hij zijn publiek met flageoletten en dubbelflageoletten, staccato- en pizzicatospel en het spelen op slechts één snaar.

Vanwege de razend moeilijke grepen die hij kon toepassen op zijn viool bestaat het vermoeden dat hij leed aan een aandoening die maakte dat zijn vingers buitengewoon lang en slank gevormd waren ten opzichte van de grootte van zijn handpalm (Arachnodactylie).

Niccolo Paganini met zijn ‘Il Cannone’

De carrière van Paganini begint in 1798 als hij zijn ouderlijk huis ontvlucht. Eerst verovert hij met zijn buitengewone vioolspel Italië, later viert hij dikbetaalde triomfen in Wenen, Berlijn, Warschau, Londen en Parijs, om maar een paar steden te noemen. Zijn enige vaste aanstelling duurde van 1805 tot 1809 toen hij als concertmeester in dienst was van vorstin Marie Elise, de zus van Napoleon Bonaparte en heerseres van Lucca, destijds een machtige stadstaat in Toscane. Samengevat: Niccolò Paganini mag gerekend worden tot de grootste violisten die de muziekgeschiedenis heeft voortgebracht en ook als schepper van muziek mag hij er zijn. Tal van componisten, waaronder Brahms, Berlioz, Liszt en Schumann, maakten variaties op zijn composities en citeerden uit zijn werk.
Kort na 1830 loopt Paganini bij de behandeling van een opgelopen syfilis een kwikvergiftiging op en die maakt een eind aan zijn carrière als uitvoerend musicus. Op 27 mei 1840 overlijdt de violist, gitarist en componist in het Franse Nice. Aan zijn zoon Achilles, geboren uit een kortstondige verhouding met een koorzangeres, laat hij zijn vermogen, inclusief zijn favoriete viool ‘Il Cannone’, na.

Terug naar de Glossa-cd met vioolsonates van Paganini. Fabio Biondi en Giangiacomo Pinardi vertolken die muziek zo overtuigend dat ik ook hun cd met kinderlijk enthousiasme als aanrader een plek heb gegeven op de website. Oké, daar volgden weliswaar (nog) geen bestellingen op, maar daar hoef ik dus niet meer wakker van te liggen. De verbazing blijft, dat dan weer wel…

Paganini: Sonatas for Violin & Guitar

[Log in om deze cd te bekijken]